Inhoud Bedradingsschema's Sectie: Complete motor Alle secties

Controleer: werking lambdasonde Peugeot Partner I

Complete motor ~ 139 woorden

Beschikbare informatie over elektronische eenheid

Test regelorganen: nee

Meting gegevens: ja

Test lambdasonde: ja

Omschrijving

  • Kortsluiting met +
  • Onderbreking of kortsluiting naar massa
  • Samenhang
  • Niet gespecificeerd

Uit te voeren controle(s) bij aanwezigheid van een storing

Kortsluiting met +

omstandigheden bij het optreden van de storinguit te voeren controles controlevoorwaarden
met draaiende motor, na een bij de kalibrering gedefinieerde werktijdmet draaiende motor: - controleer of U = 0.4 tot 0.5 V aanwezig is: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid met draaiende motor, na een bij de kalibrering gedefinieerde werktijd (oververhitting motor): - controleer of U tussen 0.1 V en 0.9 V ligt: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid contact afgezet, elektronische eenheid motor: los, lambdasonde 1350 niet aangesloten: - controleer draden A en B op onderbreking

Onderbreking of kortsluiting naar massa

omstandigheden bij het optreden van de storinguit te voeren controles controlevoorwaarden
met draaiende motor, na een bij de kalibrering gedefinieerde werktijdmet draaiende motor: - controleer of U = 0.4 tot 0.5 V aanwezig is: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid met draaiende motor, na een bij de kalibrering gedefinieerde werktijd (oververhitting motor): - controleer of U tussen 0.1 V en 0.9 V ligt: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid contact afgezet, elektronische eenheid motor: los, lambdasonde 1350 niet aangesloten: - controleer draden A en B op onderbreking

Samenhang

omstandigheden bij het optreden van de storinguit te voeren controles controlevoorwaarden
met draaiende motor, na een bij de kalibrering gedefinieerde werktijdmet draaiende motor: - controleer of U = 0.4 tot 0.5 V aanwezig is: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid met draaiende motor, na een bij de kalibrering gedefinieerde werktijd (oververhitting motor): - controleer of U tussen 0.1 V en 0.9 V ligt: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid contact afgezet, elektronische eenheid motor: los, lambdasonde 1350 niet aangesloten: - controleer draden A en B op onderbreking

Niet gespecificeerd

omstandigheden bij het optreden van de storinguit te voeren controles controlevoorwaarden
met draaiende motor, na een bij de kalibrering gedefinieerde werktijdmet draaiende motor: - controleer of U = 0.4 tot 0.5 V aanwezig is: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid met draaiende motor, na een bij de kalibrering gedefinieerde werktijd (oververhitting motor): - controleer of U tussen 0.1 V en 0.9 V ligt: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid contact afgezet, elektronische eenheid motor: los, lambdasonde 1350 niet aangesloten: - controleer draden A en B op onderbreking

Uit te voeren controle(s) bij afwezigheid van storing(en)

Met draaiende motor: controleer of U = 0.4 tot 0.5 V aanwezig is: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid

Met draaiende motor, na een bij de kalibrering gedefinieerde werktijd (oververhitting motor): controleer of U tussen 0.1 V en 0.9 V ligt: tussen de aansluitingen 4 en 22 van de elektronische eenheid

Contact afgezet, elektronische eenheid motor: los, lambdasonde 1350 niet aangesloten

  • Controleer draden A en B op onderbreking
  • Controleer: massa afwezig op aansluiting 4, 22 van stekker 55V.NR