Voorgeschreven gereedschap
| merkteken | omschrijving | merkteken | merkteken |
|---|---|---|---|
| [1a] | montagestempel voor krukaskeerring (distributiezijde) | (-).0189-H1 | - |
| [1b] | montagestempel voor krukaskeerring (distributiezijde) | (-).0189-H2 | - |
| merkteken | omschrijving | merkteken | merkteken |
|---|---|---|---|
| [2a] | montagestempel voor krukaskeerring (vliegwielzijde) | (-).0189-G1 | - |
| [2b] | montagestempel voor krukaskeerring (vliegwielzijde) | (-).0189-G2 | - |
| merkteken | omschrijving | merkteken | merkteken |
|---|---|---|---|
| [3] | blokkeergereedschap voor het vliegwiel van de motor | (-).0189-C | - |
| merkteken | omschrijving | merkteken | merkteken |
|---|---|---|---|
| [4] | adapter voor aanhalen onder een hoek | 4069-T | FACOM D.360 |
| merkteken | omschrijving | merkteken | merkteken |
|---|---|---|---|
| [5] | blokkeerpen voor krukas | (-).0189-R | - |
| merkteken | omschrijving | merkteken | merkteken |
|---|---|---|---|
| [6] | instelpen voor nokkenas | (-).0189-A | - |
| merkteken | omschrijving | merkteken | merkteken |
|---|---|---|---|
| [7] | klemveer voor het op zijn plaats houden van de distributieriem | (-).0189-K | - |
| merkteken | omschrijving | merkteken | merkteken |
|---|---|---|---|
| [8] | montageconus voor de krukaskeerring | (-).0214 | 4062-T.B |
Opbouwen
Compressieveer (distributiezijde)
Breng het gereedschap [1b] aan op het gereedschap [1a]
Breng de nieuwe keerring (1) aan met behulp van het gereedschap [1a]
Verwijder het gereedschap [1b]
WaarschuwingOlie de lip van het gereedschap tijdens de montage, geen olie aanbrengen op het buitenste draagvalk van de pakking
Plaats de keerring (1) tegen het cilinderblok; m.b.v. het gereedschap [1a]
Compressieveer (vliegwielzijde)
Breng het gereedschap [2b] aan op het gereedschap [2a]
Breng de nieuwe keerring (2) aan met behulp van het gereedschap [2a]
Verwijder het gereedschap [2b]
WaarschuwingOlie de lip van het gereedschap tijdens de montage, geen olie aanbrengen op het buitenste draagvalk van de pakking
Plaats de keerring (2) tegen het cilinderblok; m.b.v. het gereedschap [2a]
WaarschuwingDe schroefdraden van de bouten moeten gereinigd zijn, voordat de bouten (4) opnieuw worden gemonteerd
WaarschuwingReinig de contactvlakken tussen de krukas en het vliegwiel
Monteren
- Het vliegwiel (3)
- De nieuwe bouten (4) (nog niet vastdraaien)
Monteer het gereedschap [3]
Zet de bouten (4) vast met een voorspanning van 2 ± 0,2 daNm en draai ze vervolgens vast onder een hoek van 23 ± 5 °; m.b.v. het gereedschap [4]
WaarschuwingGa bout voor bout te werk, in de aangegeven volgorde
Monteren (volgens uitvoering)
- De koppelingsplaat; m.b.v. het gereedschap [8]
- De drukgroep; vastzetten met 2 ± 0,2 daN.m
Blokkeer de nokkenassen aan de vlakke kanten; met behulp van een platte sleutel (bij " a ")
Monteren
- Het binnenste distributiecarter (9)
- Het inlaatnokkenastandwiel(8)
- De bout (7); zet de bouten vast met een voorspanning van 3 ± 0,5 daNm en zet ze vervolgens vast met 8,5 ± 0,5 daNm
- Het uitlaatnokkenastandwiel(6)
- De bout (5); zet de bouten vast met een voorspanning van 2 ± 0,2 daNm en zet ze vervolgens vast met 11 ± 1 daNm
Monteren
- De nieuwe pakking
- De koelvloeistofpomp
OpmerkingControleer of de stelstiften van de waterpomp aanwezig zijn
WaarschuwingGa bout voor bout te werk, in de aangegeven volgorde
Aanhaalprocedure voor de bouten
- Eerste maal aanhalen met 0,8 daNm
- Vastzetten met 1,4 ± 0,1 m.daN
Blokkeer de krukas; m.b.v. het gereedschap [5]
Plaats de paspennen van de nokkenas; met behulp van de gereedschappen [6]
Monteren
- De krukaspoelie (14)
- De geleiderol (13); zet de bouten vast met een voorspanning van 1,5 ± 0,1 daNm en zet ze vervolgens vast met 3,7 ± 0,4 daNm
- De spanrol (16) (nog niet vastdraaien)
Breng de distributieriem (12) in onderstaande volgorde aan
- De krukaspoelie (14) (houd de distributieriem op zijn plaats met behulp van het gereedschap [7])
- De geleiderol (13)
- De poelie (11) van de nokkenas voor de inlaatkleppen
- De poelie (10) van de uitlaatnokkenas
- De koelvloeistofpomp (15)
- De spanrol (16)
Verwijder de gereedschappen [5], [6], [7]
Draai de spanrol (16) in de richting van de pijl "b"; totale hoogte bij stalen vering en luchtvering (bij "c")
Breng de nok "g" in de stand "e"; totale hoogte bij stalen vering en luchtvering (bij "c")
WaarschuwingDe wijzer "g" moet ongeveer 10° voorbij de uitsparing "f" staan; als dit niet het geval is, vervang dan de spanrol of de distributieriem samen met de spanrol
Breng de nok "g" in de afstelstand "f" door de spanrol in de richting van de pijl "d" draaien
WaarschuwingDe nok "g" mag niet boven de uitsparing "f" uitsteken; als dit niet het geval is, herhaal dan het spannen van de distributieriem
WaarschuwingDe spanrol mag tijdens het vastzetten van de bevestiging niet worden gedraaid; als dit niet het geval is, herhaal dan het spannen van de distributieriem
Zet de bout van de spanrol (16) vast met 2,1 ± 0,2 daN.m
WaarschuwingDe zes holle aandrijvingsvlakken van de spanrol moeten zich onder het pakkingvlak van de cilinderkop "h" bevinden; als dit niet het geval is, vervang dan de spanrol of de distributieriem samen met de spanrol
Laat de krukas 10 omwentelingen ronddraaien in de normale draairichting
WaarschuwingDe distributieriem mag niet te strak staan of vanaf de buitenzijde worden ingedrukt
Blokkeer de nokkenastandwielen; m.b.v. het gereedschap [6]
Controleer
WaarschuwingControleer de stand van de nok "g"; deze moet zich tegenover de uitsparing "f" bevinden; als de stand van de nok "g" niet correct is, herhaal dan het spannen van de distributieriem
Plaats paspennen in
- De nokkenastandwielen; m.b.v. het gereedschap [6]
- De krukas; m.b.v. het gereedschap [5]
Ga, wanneer het gereedschap [5] geplaatst kan worden, verder met het opbouwen
Verwijder de gereedschappen [5], [6]
Aanvullende bewerking
Monteer het gereedschap [3]
Monteren
- De motorsteun (18)
- De spanrol (19); vastzetten met 2 ± 0,3 daN.m
- Het onderste distributiedeksel (22)
- Het bovenste distributiedeksel (17)
- De poelie (20)
- De scharnierbouten (21); voorspannen op 4 ± 0,4 daNm, daarna hoekverdraaiing uitvoeren van 40 ± 4 °
Verwijder het gereedschap [3]
Monteren
- De kleppendeksels (24)
- De bouten (23) zonder deze vast te draaien
- Het bobineblok (27)
- De scharnierbouten (26)
- De cilinderreferentiesensor (25)
WaarschuwingGa bout voor bout te werk, in de aangegeven volgorde (volgorde van 1 tot en met 11)
Eerst vastzetten met 0,5 ± 0,2 daN.m
Vastzetten met 1,1 ± 0,1 m.daN
Monteren
- De nieuwe uitlaatspruitstukpakking
- Het uitlaatspruitstuk (30)
- De nieuwe moeren (29); vastzetten met 3,5 ± 0,3 m.daN
- De verbindingsslang van de waterinlaat/waterpomp (31)
- De pakking van het waterhuis (nieuw) (32)
- De thermostaat (28); vastzetten met 1 ± 0,1 daN.m
Monteren
- De elektroklep UGR (34) (volgens uitvoering)
- De luchtinlaatklep (33) (volgens uitvoering)
- De plaat (35)
Monteren
- De pingelsensor (36); vastzetten met 2 ± 0,5 daN.m
- De steun van het oliefilter (37); vastzetten met 0,8 ± 0,1 daN.m
- Het oliefilter (38); vastzetten met 1,4 ± 0,4 daN.m
- De oliepeilstokhouder; vastzetten met 1 ± 0,1 daN.m
Sluit de stekker aan (bij "j")
Monteren
- Het van het smoorklephuis en de injectiegalerij voorziene inlaatspruitstuk (42)
- De bevestigingen (39), (40) van het inlaatspruitstuk; vastzetten met 2 ± 0,5 daN.m
- De klem (41)
Sluit de draadbundel op het inlaatspruitstuk aan en bevestig deze