Inhoud Bedradingsschema's Sectie: Complete motor Alle secties

Montage: motor (DW10BTED4) Peugeot 607 I facelift

Complete motor ~ 2799 woorden

WaarschuwingNeem de voorschriften m.b.t. de veiligheid en schoon werken in acht

WaarschuwingReinig de pakkingvlakken met een goedgekeurd oplosmiddel; gebruik geen schuurmiddelen of scherpe gereedschappen om de pakkingvlakken te reinigen; de pasvlakken mogen geen putten of groeven vertonen

WaarschuwingVervang de pakkingen door nieuwe exemplaren

Gereedmaken van het motorblok

Monteren

  • De sproeiers voor de zuigerbodem (4); aantrekkoppel tot 1 daN.m
  • De gegroefde lagerschalen (1)
  • De 2 halve drukringen van het krukaslager (2), (3) (smeergroeven "a" aan krukaszijde)

Bepaal de dikte van de lagerschalen van de tussencarters voor de krukas aan de hand van de tabel in het hoofdstuk technische gegevens

Afstelling van de axiale speling van de krukas

Plaats de krukas

Positie

  • De steun van de klokmicrometer [1]
  • De steun van de klokmicrometer [2]
  • De klokmicrometer [3]

Druk de krukas in axiale richting in het motorblok

Zet de klokmicrometer op nul

Druk aan de tegenoverliggende kant op de krukas in axiale richting

De axiale speling bedraagt tussen 0,07 en 0,32 mm

WaarschuwingSelecteer de bovenste en onderste halve drukringen met dezelfde dikte voor elk van beide zijden van de krukas

Krukaslagerkappen

Olie

  • De hoofdlagertappen "b" van de krukas
  • De lagerschalen (7)

Monteren

  • De lagerschalen (7)
  • De krukaslagerkappen (5)
  • De drukringen (6) van lager N°2
  • De bouten van de lagerkappen (5) (nog niet vastdraaien)

Breng afdichtkit E4 in de hoeken en de uiteinden "c" van lager N°1 aan

Plaat het handvat [4] op de lagerkap nr.1 (8)

Draai de bouten van het handvat [4] vast

Positie

  • De lagerschaal (9) op de lagerkap
  • De zijpakkingen (10) in de groeven van de lagerkap

Plaats het speciaal gereedschap [4] op het motorblok

Smeer wat olie op de zijpakkingen (10)

Smeer de lagerschaal (9) met olie in

OpmerkingHoud de zijpakkingen met de duimen vast

Kantel de lagerkap met de zijpakkingen en het gereedschap [4] op z'n plaats

Schuif de lagerkap (8) m.b.v. het handvat op z'n plaats

WaarschuwingDe zijpakkingen (10) mogen niet meer dan 5 mm uitsteken

Draai de 2 bouten van de lagerkap (8) vast

Verwijder het gereedschap [4]

WaarschuwingDe zijdelingse keerringen (10) worden met de juiste lengte geleverd en mogen niet worden afgesneden

Vastzetten van de lagerkappen

Aantrekprocedure

  • De cilinders 2,5 (volgorde van 1 tot en met 10)
  • Draai de bouten met behulp van het speciaal gereedschap [5] vast onder een hoek van 60° ± 5° (volgorde van 1 tot en met 10)

MONTEREN VAN DE DRIJFSTANGEN/ZUIGERS/ZUIGERVEREN

Breng de zuigerveren (11) aan (zoals aangegeven in de bovenstaande afbeelding)

OpmerkingDe zijde van de zuigerveren die met "TOP" is gemerkt moet naar boven zijn gericht

WaarschuwingNeem de montagerichting van de drijfstang t.o.v. de zuiger in acht; richt de pijl "c" die in de zuiger is gegraveerd naar distributiezijde; richt de aanslagen van de lagerschalen "d" naar de drijfstang aan de zijde van het oliefilter

Monteren

  • De borgveer (15)
  • De stang (14)
  • De pen (12)
  • De borgveer (13)

Drijfstangen/zuigers

Controleer de plaats van de slotopeningen "e", "f" en "g" van de zuigerveren

WaarschuwingSmeer de binnenzijde van het gereedschap [7] met olie in

Plaats de zuigerveerklem [7]

OpmerkingLaat het onderste gedeelte "A" van de zuiger uitsteken voor een goede geleiding

Breng de lagerschalen (16) aan op de drijfstangen (14)

Olie

  • De cilinders
  • De lagerschalen (16)

Breng de drijfstangen met de zuigers aan

WaarschuwingRicht de pijl "c" die in de zuiger is gegraveerd naar distributiezijde; let op de paring drijfstang/cilinders

WaarschuwingLet op de paring drijfstangen/lagerkappen

WaarschuwingVervang altijd alle bouten en moeren van de drijfstangen door nieuwe exemplaren

Breng op de drijfstanglagerkappen de lagerschalen aan

Olie

  • De onderste drijfstanglagerschalen
  • De bouten van de drijfstanglagerkappen
  • De moeren (18)

Breng de drijfstanglagerkappen (17) aan

Plaats de moeren (18)

Aanhaalvolgorde van moeren (18)

  • De eerste keer aanhalen met 2 daNm
  • Draai de bouten met behulp van het speciaal gereedschap [5] vast onder een hoek van 70° ± 5°

Afdichtring van het achterste lager

WaarschuwingEr mogen geen verontreinigingen op de raakvlakken van de keerring aanwezig zijn

WaarschuwingMonteer een nieuwe keerring

Gebruik de conus [6b] voor het monteren van de keerring in het gereedschap [6a]

Breng de afdichting aan (m.b.v. een kunststof hamer)

Verwijder het gereedschap [6a]

Vliegwiel

Breng de 2 bouten van het gereedschap [8] in een diagonaal op de plaats van de 2 bouten aan

Breng het vliegwiel (19) aan

WaarschuwingGebruik nieuwe bouten (20)

Centreer het vliegwiel met behulp van de spieën van het gereedschap [8]

Breng de 6 bouten (20) voor de bevestiging van het vliegwiel (19) aan

Verwijder het gereedschap [8]

Breng de twee laatste bouten (20) voor de bevestiging van het vliegwiel (19) aan

Monteer het gereedschap [9]

Aantrekprocedure (automaat)

Aantrekken van de bevestigingsbouten van het vliegwiel aan (kruislings vastzetten)

  • Span de bouten (20) voor met 2 danm
  • Draai de bouten (20) vast met 6,6 daNm

Aantrekprocedure (handgesch. versn. bak)

Draai de bouten (20) vast met 4,8 daNm (kruislings vastzetten)

Verwijder het gereedschap [9]

Oliepomp

Breng tegelijkertijd aan

  • Het tandwiel (24)
  • Verwijder de spie (25)
  • De oliepomp (21) en de peilstokgeleider

Breng de bouten (22) aan (neem de markering in acht die vóór het verwijderen zijn aangebracht)

Draai de bouten (22) vast met 1,6 daNm

Druk het tandwiel (24) terug in de richting van het motorblok

Plaats de spie (23)

Plaats het tandwiel (24) met de spie (23) op de krukas

Voorste afdichtplaat

Breng op de afdichtplaat (26) een strook "E10" aan (zie productcatalogus)

WaarschuwingWacht niet langer dan 5 minuten voordat de montage wordt uitgevoerd

Monteren

  • Het afdichtpaneel (26)
  • De scharnierbouten (27); vastzetten met 1,4 daNm

Keerring van de krukas (distributiezijde)

WaarschuwingEr mogen geen verontreinigingen op de raakvlakken van de keerring aanwezig zijn

WaarschuwingMonteer een nieuwe keerring

Breng de afdichting aan; m.b.v. het gereedschap [17a]

OpmerkingGebruik de conus [17b] voor het monteren van de keerring in het gereedschap [17a]

Verwijder het gereedschap [17a]

Onderste carter

Breng op de omtrek van het motorblok een strook afdichtmiddel "E10" aan (zie productcatalogus)

Monteren

  • Het ondercarter (28)
  • De 2 scharnierbouten (29)
  • De 20 scharnierbouten (30)

Draai de bouten (30), (29) vast met 1,6 daNm

Nieuwe koppeling

Plaats de drukgroep (31)

Centreer de koppelingsplaat (31) m.b.v. de centreerpen van het speciaal gereedschap [21] bij "h"

Plaats de drukgroep (32)

Plaats het plateau "l" van het speciaal gereedschap [21]

Breng de 3 bouten "k" van het speciaal gereedschap [21] in contact met de drukgroep (32)

Breng de drukgroep met behulp van de hevel "j" van gereedschap [21] in contact met het vliegwiel

Plaats de 3 bouten van de drukgroep

Draai de 3 bouten aan, zodat ze contact maken met de drukgroep (32)

Verwijder het plateau "l" en de centreerpen "h" van het speciaal gereedschap [21]

Plaats de 3 andere bouten van de drukgroep

Draai de 3 bouten aan, zodat ze contact maken met de drukgroep (32)

Zet de 6 bouten van de drukgroep (32) vast met 2 daNm

Opnieuw gebruikte koppeling

Resetten van de spelingscompensatie

WaarschuwingHet opheffen van de speling gebeurt zonder koppelingsplaat

Plaats het plateau "l" van het speciaal gereedschap [21] op het vliegwiel

Ontgrendel de spelingscorrectie door de drukgroep iets aan te drukken; m.b.v. hefboom "j" van het speciaal gereedschap [21]

Druk de veren (33) samen; met behulp van een schroevendraaier

WaarschuwingDraai, zonder de druk van de veren (33) te halen, de drukgroep los; de veren (33) moeten samengedrukt blijven

Verwijder het plateau "l" van het gereedschap [21]

Monteer de koppeling (volg de procedure "nieuwe drukgroep")

Uitsteekhoogte van de zuigers

WaarschuwingReinig de te controleren oppervlakken met een goedgekeurd oplosmiddel; gebruik geen schuurmiddelen of scherpe gereedschappen om de pakkingvlakken te reinigen

Monteer de meetkloksteun [19] op het motorblok

Bevestig de klokmicrometer [3] op de steun [19]

Stel de klokmicrometer [3] in op 0 (bij " n ")

Meet het verschil in hoogte bij "m"

OpmerkingNeem de zuiger met de grootste uitsteekhoogte als referentie; maximum verschil tussen twee naast elkaar liggende cilinders = 0,07 mm

Selecteer de dikte van de cilinderkoppakking afhankelijk van de uitsteekhoogte van de zuigers

WaarschuwingZoek de oorzaak van de storing als de afgelezen waarden niet overeenkomen met de aangegeven waarden (leesfout, verkeerde bediening, defect onderdeel)

Cilinderkop

WaarschuwingControleer of de centreerstiften bij "p" aanwezig zijn

Plaats de zuigers halverwege (horizontale spie (23))

Breng een nieuwe cilinderkoppakking aan

WaarschuwingPlaats de gaten bij "q" in de koppakking aan de zijde van het oliefilter

Controleer de lengte van de cilinderkopbouten vóór het opnieuw gebruiken

WaarschuwingBreng MOLYKOTE G.RAPIDE PLUS vet aan op de schroefdraad en de aanligvlakken van de boutkoppen

Monteren

  • De cilinderkop
  • De cilinderkopbouten

WaarschuwingGa bout voor bout te werk, in de aangegeven volgorde

Aantrekprocedure

  • Eerste maal aanhalen met 1,5 daNm
  • Vastzetten met 6 daNm
  • Vastdraaien onder een hoek van 220 ± 5 °; m.b.v. het gereedschap [5]

Insmeren met olie en aanbrengen

  • De geleider van de ketting (35)
  • De tuimelaars (34) voor de bediening van de kleppen met de hydraulische klepstoters (neem de merktekens in acht die bij het verwijderen zijn aangebracht)

Span de kettingspanner (36) met een stift van Ø 2 mm

Plaats de ketting (38) op de tandwielen (37) en (39)

De schakels met de zwarte markering "r" en "u" moeten samenvallen met de tanden met de markeringen "s" en "t" van de aandrijftandwielen (37) en (39) van de nokkenassen

Olie de nokkenassen met verse motorolie

Breng de ketting met de nokkenas aan

WaarschuwingReinig de pakkingvlakken met een goedgekeurd oplosmiddel; gebruik geen schuurmiddelen of scherpe gereedschappen om de pakkingvlakken te reinigen; de pasvlakken mogen geen putten of groeven vertonen

Breng afdichtkit met de aanduiding "E10" aan over de gehele omtrek van het nokkenashuis (44)

Monteren

  • Het nokkenashuis voor de nokkenaslagering (44)
  • De 26 scharnierbouten (41) (plaats nog geen bouten bij de merktekens 1 en 2, zie onderstaande tekening)
  • De kolombouten 8 (40)
  • De distributiekettingspanner (36)
  • De poelie (42)
  • De bout (43) (met de hand vastzetten)

Verwijder de pen van Ø 2 mm

Blokkeer het nokkenastandwiel (42); m.b.v. het gereedschap [20]

WaarschuwingControleer of de schakels met de zwarte markering "r" en "u" samenvallen met de tanden met de markeringen "s" en "t" van de aandrijftandwielen van de nokkenassen

Vooraf aanhalen

  • De 26 bouten (41) met 0,5 daNm (volgorde van 1 tot en met 26)
  • De 8 kolombouten (40) met de hand (volgorde van 27 tot en met 34)

Zet vast

  • De 26 bouten (41) met 1 daNm (volgorde van 1 tot en met 26)
  • De 8 bouten (40) met 1,1 daNm (volgorde van 27 tot en met 34)

Losmaken

  • Het gereedschap [20]
  • De poelie (42)

WaarschuwingEr mogen geen verontreinigingen op de raakvlakken van de keerring aanwezig zijn

WaarschuwingMonteer een nieuwe keerring

Breng de afdichting aan; m.b.v. het gereedschap [22a]

OpmerkingGebruik de conus [22b] voor het monteren van de keerring in het gereedschap [22a]

Verwijder het gereedschap [22]

Distributiezijde

Plaats de stelpen [10] in de krukas

Monteren

  • De krukaspoelie (47)
  • De geleiderol (46)
  • De bout (45)
  • De koelvloeistofpomp (48) (voorzien van een nieuwe afdichtring)
  • De spanrol (49)
  • De bout (50)
  • Het nokkenastandwiel (42)
  • De bout (43)

Methode om de schroef (43) aan te draaien; m.b.v. het gereedschap [18]

  • Zet de bout (43) voorlopig vast met 2 daN.m
  • Trek de bout verder aan over een hoek van 60 (0°; - 5 °)

Span de spanrol; m.b.v. het gereedschap [23]

Monteer het gereedschap [20]

Centreer de nokkenaspoelie (47); m.b.v. het gereedschap [16]

Plaats de distributieriem op de nokkenaspoelie (42)

Monteer het gereedschap [14] (matig vastdraaien)

Breng de distributieriem aan met het gedeelte "v" goed gespannen, in onderstaande volgorde

  • Spanrol (46)
  • Bevestiging krukaspoelie (47)
  • Poelie van de koelvloeistofpomp (48)
  • Spanrol (49)

Verwijder de gereedschappen [14, 16, 23]

Zet het merkteken "y" aan de buitenzijde van de plaat (bij "x") door de spanrol in de richting van de pijl "w" te draaien; met een 6 -kant sleutel (bij "z")

Zet de bout (50) van de spanrol vast met 2,1 danm

Blokkeer het vliegwiel met behulp van gereedschap [9]

Draai de bout van de aandrijfpoelie van de accessoires met 5 daNm vast

Verwijder de gereedschappen [9, 10, 20]

Draai de krukas 4 omwentelingen in de draairichting van de motor

Plaats paspennen in

  • De krukas; m.b.v. het gereedschap [10]
  • Het nokkenastandwiel; m.b.v. het gereedschap [20]

Blokkeer het vliegwiel; m.b.v. het gereedschap [9]

Draai los

  • Poelie voor de aandrijving van de accessoires
  • De bout (50) van de spanrol (49)

Draai de spanrol (49) rechtsom; met een 6 -kant sleutel (bij "z")

Zet merkteken "y" tegenover inkeping "aa"

WaarschuwingAls inkeping "aa" bij het instellen is gepasseerd, voer dan de bewerking voor het aanbrengen van de distributieriem opnieuw uit

Zet de bout (50) van de spanrol vast met 2,1 danm

Verwijder de gereedschappen [10], [20]

Zet de poelie van de accessoires vast met 5 daN.m

Verwijder het gereedschap [9]

Draai de krukas 2 omwentelingen in de draairichting van de motor

Plaats de gereedschappen [10], [20]

Controleer de stand van de nok "y"; deze moet zich tegenover de uitsparing "aa" bevinden

WaarschuwingAls de stand van de nok "y" niet correct is, herhaal dan het spannen van de distributieriem (draai daarvoor de bout van de spanrol (50) iets los)

Monteer het gereedschap [9]

Verwijder de aandrijfpoelie van de accessoires

Monteren

  • Het merkteken van de krukassensor (52)
  • De onderste distributiekap (51)
  • De krukassensor (53)

Monteren

  • De aandrijfpoelie van de accessoires (54)
  • De bout (55) met de ring

Zet de bout (55) vast met 7 daNm; vastdraaien onder een hoek van 60 ± 5 °

Losmaken

  • Het gereedschap [10]
  • Het gereedschap [20]
  • Het gereedschap [9]

Monteren

  • Het bovenste distributiedeksel (56)
  • De motorsteun (57)
  • De scharnierbouten (58)

Haal de bouten (58) en (45) met 5,6 daNm aan

Vliegwielzijde

Monteren

  • De thermostaat (61) (nieuwe O-ring)
  • De hogedrukpomp (60) (nieuwe O-ring)
  • De vacuümpomp (59) (nieuwe O-ring)

Aan oliefilterzijde

WaarschuwingSpuit via de aanvoeropening van het oliefilter nieuwe olie in het smeercircuit

Monteren

  • De vacuümtank (63)
  • De hogedruk-brandstofgalerij (62)
  • De oliefiltersteun (64) en de oliekoeler (met een nieuw filterelement)

Dieselverstuivers en hogedrukbrandstofleidingen

Voorbereiding van een dieselverstuiver

  • Bevestig de beugel (69) op de borgveer
  • Breng de centreerbus (68) in de verstuiverboring aan
  • Druk een nieuwe koperen keerring (67) in de boringen voor de dieselverstuivers

Monteren

  • De dieselverstuivers (65)
  • De moeren (66); met de hand vastdraaien

WaarschuwingDraai de bevestigingsmoeren (66) van de dieselverstuivers met de hand vast; controleer bij het vastdraaien of de beugel (69) horizontaal en vastgeklemd op de borgveer blijft

WaarschuwingMonteer altijd nieuwe hogedruk-brandstofleidingen

Monteren

  • De beschermingen van de hogedrukleidingen (71) op de cilinderkop
  • De retourgalerij van de verstuivers (70)
  • De 4 hogedrukleidingen (73)
  • De hogedrukleiding (72)

Zo ver mogelijk terugdraaien met de hand

  • De aansluitingen van de leidingen (73) op de dieselverstuivers
  • De wartels van de hogedrukbrandstofleidingen (73) op de gemeenschappelijke hogedrukbrandstofinspuitgalerij
  • De aansluiting van de leiding (72) op de HDI-pomp
  • De aansluiting van de leiding (72) op de gemeenschappelijke hogedruk brandstofinspuitleiding

WaarschuwingControleer of de flens nog steeds op de borgplaat is bevestigd

Zet de moeren (66) vast met 0,4 dan.m; met behulp van de gereedschappen [26], [27]

Houd de volgende hoekverdraaiingsmethode aan

  • Plaats het nul-merkteken "ab" van het gereedschap [28] tegenover de monteur
  • Verplaats de beweegbare nok "29"" van het gereedschap [28] en plaats hem tegenover de schaalverdeling 45 °
  • Geleidelijk en in één keer vastzetten; vastdraaien onder een hoek van 45 ± 5 °

Zet de aansluitingen (74) op de dieselverstuivers voorlopig vast met 2,3 daN.m; met behulp van de gereedschappen [13], [24], [25]

Oefen een tegenkracht uit bij "ad"

Zet de aansluitingen (75) op de hogedruk brandstofrail voorlopig vast met 2,3 daN.m; met behulp van de gereedschappen [13], [24], [25]

Span de aansluiting (76) voor met 2,3 daN.m; met behulp van de gereedschappen [13], [24], [25]

Oefen een tegenkracht uit bij "ae"

Zet vast; met behulp van de gereedschappen [13], [24], [25]

  • De wartels (75) van de hogedrukbrandstofleidingen op de gemeenschappelijke hogedrukbrandstofinspuitgalerij; aantrekkoppel tot 3 daN.m
  • De aansluitingen (74) op de dieselverstuivers; aantrekkoppel tot 3 daN.m; oefen een tegenkracht uit bij "ad"
  • De aansluiting (76) op de hogedruk-brandstofpomp; aantrekkoppel tot 3 daN.m

Uitlaatzijde

Monteren

  • De koelvloeistofleiding (82) en het waterhuis (80)
  • Het uitlaatspruitstuk (83) met de turbocompressor (81)
  • De warmtewisselaar (78) met de EGR-klep (77)
  • De aansluiting (79)

Monteren

  • De olievulopening (85) en de carterventilatie (86)
  • De steun van het brandstoffilter (84)
  • Het brandstoffilter (87) (met een nieuw filterelement)
  • De brandstoftoevoer- en retourleidingen

Kleppendeksel inlaat

Monteren

  • De inlaatluchtverdeler (91) en olieafscheider
  • De leiding (89) (zonder de bevestigingen vast te draaien); m.b.v. het gereedschap [12]
  • De nokkenaspositiesensor (88) (zonder de bout vast te draaien)

WaarschuwingVastdraaien in de aangegeven volgorde

Montageprocedure voor de bevestigingsbouten van het inlaatspruitstuk en de olieafscheider

  • Span de bouten voor met 0,5 danm
  • Draai de bouten vast met 0,9 daNm (in de aangegeven volgorde)

De bevestigingen van de leiding (89)

Sluit de slang (90) aan; m.b.v. het gereedschap [11]

Afstellen van nokkenassensor (hergebruikt)

Breng de pen in het vliegwiel aan; m.b.v. het gereedschap [10]

Breng een boor met een diameter van 8,5 mm aan (bij " af ") (tussen het kleppendeksel inlaatzijde (92) en de nokkenassensor (88))

Zet de bout (91) vast met 0,6 daNm

Verwijder het gereedschap [10]

Afstellen van nokkenassensor (nieuw)

Breng de positiesensor nokkenas in contact met de nok (nokkenastandwiel)

Zet de bout (91) vast met 0,6 daNm

Verwijder het gereedschap [10]