Beschrijving
(1) elektronische eenheid motor
"a" 64-polige grijze stekker
"b" 48-polige grijze stekker
Verzekerde functies
De elektronische eenheid motor regelt de brandstofinjectie aan de hand van de informatie over het motorkoppel
- De elektronische eenheid motor berekent de koppelbehoefte van de motor aan de hand van de sensor gaspedaal
- Daarbij wordt rekening gehouden met diverse aanpassingen (door de dynamo opgenomen koppel, door de aircocompressor opgenomen koppel,...)
- Het gevraagde motorkoppel wordt omgezet in de injectieduur, fasering brandstofinjectie, aansturing van de opening van de smoorklep en ontstekingsvervroeging
De elektronische eenheid motor regelt de ontsteking en brandstofinjectie aan de hand van de verschillende ontvangen parameters
- Motortoerental
- Stand van de krukas
- Luchtdruk (sensor atmosferische druk)
- Stand van het gaspedaal
- Motortemperatuur temperatuursensor koelvloeistof
- Temperatuur van de naar de cilinders gevoerde lucht (luchttemperatuursonde)
- Koelvloeistoftemperatuur
- Door de dynamo opgenomen koppel
- Door de aircocompressor opgenomen koppel (berekening)
- Wagensnelheid (sensor wagensnelheid; snelheidssignaal geleverd door de elektronische eenheid ESP)
- Zuurstofgehalte van het uitlaatgas (voorste lambdasonde)
- Pingelen van de motor (pingelsensor)
- Vraag om airconditioning (*)
- Spanning van de 12V-accu
- Druk in het stuurbekrachtingssysteem
OpmerkingDe atmosferische-druksensor is in de elektronische eenheid motor geïntegreerd en kan niet uit de elektronische eenheid motor worden verwijderd
Aan de hand van deze informatie stuurt de elektronische eenheid motor de volgende zaken aan
- Openen van de elektrisch bediende smoorklep
- Regeling van het stationair toerental
- Ontstekingsvervroeging en de laadduur van de bobine
- Hoeveelheid geïnjecteerde benzine, evenredig aan de openingsduur van de verstuivers
- Recirculatie van benzinedampen (elektroklep koolstoffilter)
- Uitschakeling van de injectie bij een te hoog toerental en bij gas loslaten
- Uitschakeling airconditioning
- Weerstand van de verwarming van de lambdasonde (voorste lambdasonde, achterste lambdasonde)
De elektronische eenheid motor stuurt bovendien de volgende functies aan
- De koppelreductie bij een ingreep door het ESP (*)
- De koeling van de motor
- De koelbehoefte van de airconditioning (BRAC)
- De communicatie met de elektronische eenheden van het CAN-netwerk (Controller Area Network)
- De controlefuncties van de injectie en de emissie
- Systemen voor verhogen van het rijcomfort
- De startblokkering
- De noodloopfuncties
- Beheer van de bediening van de koelventilatoren en de waarschuwingslampjes
- De diagnose met registratie van storingen
- De functie snelheidsregelaar en -begrenzer (*)
Opmerking(*) afhankelijk van de uitvoering
Elektrische kenmerken
| nummer van de aansluiting | bestemming van de aansluitingen van de stekker |
|---|---|
| 1 | bediening: olietoevoerklep |
| 2 | bediening: verstuiver nummer 1 |
| 3 | bediening: verstuiver nummer 2 |
| 4 | bediening: bobine van cilinder nr. 1 |
| 5 | bediening: bobine van cilinder nr. 2 |
| 6 | bediening van het startrelais |
| 7 | pen niet bezet |
| 8 | informatie van motortoerentalsensor |
| 9 | 5 V-voeding naar de cilindersensor en de sensor motortoerental |
| 10 | signaal van de primaire positiesensor van de elektrisch bediende smoorklep |
| 11 | signaal van de secundaire positiesensor van de elektrisch bediende smoorklep |
| 12 | 5V-voeding van de positiesensor van de elektrisch bediende smoorklep |
| 13 | massa van de positiesensor van de elektrisch bediende smoorklep |
| 14 | informatie van de cilindersensor |
| 15 | positieve aansluiting van het regelorgaan van de klep van de elektrisch bediende smoorklep |
| 16 | negatieve aansluiting van het regelorgaan van de klep van de elektrisch bediende smoorklep |
| 17 | pen niet bezet |
| 18 | bediening: verstuiver nummer 3 |
| 19 | bediening: verstuiver nummer 4 |
| 20 | bediening: bobine van cilinder nr. 3 |
| 21 | bediening: bobine van cilinder nr. 4 |
| 22 | pen niet bezet |
| 23 | pen niet bezet |
| 24 | Massa van de sensor motortoerental |
| 25 | signaal van de pingelsensor |
| 26 | informatie koelvloeistoftemperatuursensor |
| 27 | massa van de koelvloeistoftemperatuursensor |
| 28 | pen niet bezet |
| 29 | pen niet bezet |
| 30 | massa cilinderreferentiesensor |
| 31 | pen niet bezet |
| 32 | pen niet bezet |
| 33 | pen niet bezet |
| 34 | Bediening verwarming achterste lambdasonde |
| 35 | Bediening verwarming voorste lambdasonde |
| 36 | signaal van het drukcontact motorolie |
| 37 | Bediening elektroklep absorptievat |
| 38 | Signaal van de achterste lambdasonde |
| 39 | massa achterste lambdasonde |
| 40 | Signaal van de voorste lambdasonde |
| 41 | massa voorste lambdasonde |
| 42 | massa van de pingelsensor |
| 43 | pen niet bezet |
| 44 | 5 V-voeding naar de sensor absolute druk inlaatspruitstuk |
| 45 | signaal van de absolute-druksensor van het inlaatspruitstuk |
| 46 | massa van de absolute-druksensor van het inlaatspruitstuk |
| 47 | pen niet bezet |
| 48 | pen niet bezet |
| 49 | pen niet bezet |
| 50 | pen niet bezet |
| 51 | pen niet bezet |
| 52 | pen niet bezet |
| 53 | pen niet bezet |
| 54 | pen niet bezet |
| 55 | pen niet bezet |
| 56 | pen niet bezet |
| 57 | pen niet bezet |
| 58 | pen niet bezet |
| 59 | pen niet bezet |
| 60 | bediening gestuurde dynamo |
| 61 | stuursignaal van de gestuurde dynamo |
| 62 | signaal uitgangsspanning van de gestuurde dynamo |
| 63 | pen niet bezet |
| 64 | pen niet bezet |
| nummer van de aansluiting | bestemming van de aansluitingen van de stekker |
|---|---|
| 1 | massa carrosserie |
| 2 | voeding via het relais regelorgaan smoorklep |
| 3 | bekrachtiging van het bedieningsrelais van de motor |
| 4 | informatie van de primaire gaspedaalsensor |
| 5 | 5V-voeding van de primaire gaspedaalsensor |
| 6 | massa van de primaire gaspedaalsensor |
| 7 | informatie van de secundaire gaspedaalsensor |
| 8 | 5V-voeding van de secundaire gaspedaalsensor |
| 9 | massa van de secundaire gaspedaalsensor |
| 10 | diagnosestekker |
| 11 | massa carrosserie |
| 12 | voeding via het bedieningsrelais motor |
| 13 | massa carrosserie |
| 14 | bekrachtiging van het relais van het regelorgaan van de elektrisch bediende smoorklep |
| 15 | diode |
| 16 | pen niet bezet |
| 17 | pen niet bezet |
| 18 | pen niet bezet |
| 19 | signaal van de inlaatluchttemperatuursensor |
| 20 | CAN-C High |
| 21 | CAN-C Low |
| 22 (*) | stand van contactschakelaar stand contactschakelaar van startknop |
| 23 | massa carrosserie |
| 24 | pen niet bezet |
| 25 | signaal van het contactslot |
| 26 | bediening van het relais van de brandstofpomp |
| 27 | pen niet bezet |
| 28 (*) | signaal van de temperatuursensor van de 12V-accu |
| 29 | 5V-voeding voor de stroomsensor van de 12V-accu (*) |
| 30 (*) | signaal van de stroomsensor van de 12V-accu |
| 31 (*) | massa van de stroomsensor van de 12V-accu |
| 32 | bediening van het relais van de aircocompressor |
| 33 | diagnosestekker |
| 34 | plus 12V-accu |
| 35 (*) | stand van contactschakelaar |
| 36 | Voeding startrelais |
| 37 | bekrachtiging van het relais van het contactslot |
| 38 | bekrachtiging van het relais van de remlichtschakelaar |
| 39 | pen niet bezet |
| 40 | pen niet bezet |
| 41 | pen niet bezet |
| 42 | pen niet bezet |
| 43 | pen niet bezet |
| 44 | pen niet bezet |
| 45 | pen niet bezet |
| 46 | pen niet bezet |
| 47 | pen niet bezet |
| 48 | pen niet bezet |
Inleren - initialiseren
De actualisering van de software van de elektronische eenheid motor vindt plaats door middel van programmering (elektronische eenheid met een flash EPROM)