Principeschema
Sleutel: "a" elektrische aansluiting
| merkteken | beschrijving | aanduiding in elektrisch schema's |
|---|---|---|
| (1) | elektronische eenheid motor | 1320 |
| (2) | bobines | 1131, 1132, 1133 |
| (3) | Bougies | - |
| (4) | pingelsensor | 1120 |
| (5) | cilindersensoren | 1116 |
| (6) | motortoerentalsensor | 1313 |
Ontstekingsprincipe
De ontsteking bestaat uit het in gang zetten en houden van de ontsteking van het lucht/brandstofmengsel dat is aangezogen door de zuigers in de cilinders van de motor
Het lucht/brandstofmengsel wordt ontstoken door de vonk van de bougies
De verbranding van het lucht/brandstofmengsel heeft een concentrisch verloop, men moet daarom een ontstekingsvervroeging toepassen die afhankelijk is van de duur van de verbranding
Principe van de ontstekingsvervroeging
Door het vervroegen van de ontsteking tot voordat de zuiger het bovenste dode punt (BDP) bereikt, is de uitgeoefende druk op de zuiger maximaal als deze het BDP passeert
Het interval in krukasgraden tussen het moment waarop de ontsteking plaatsvindt en het bovenste dode punt (BDP) is de ontstekingsvervroeging
De berekening van de ontstekingsvervroeging is afhankelijk van de volgende parameters
- Motortoerental
- Informatie pingelen
- Positie van de krukas
- Lucht/brandstofverhouding (lambda)
- Stand van de verstelmechanismen van de inlaat- en uitlaatnokkenas
De berekening van de ontstekingsvervroeging is gebaseerd op een model met 5 referentievelden voor de uiterste standen van de verstelmechanismen van de inlaat- en uitlaatnokkenas
(1) referentieveld van de betreffende elektronische eenheid 1
(2) referentieveld van de betreffende elektronische eenheid 2
(3) referentieveld van de betreffende elektronische eenheid 3
(4) referentieveld van de betreffende elektronische eenheid 4
(5) referentieveld van de betreffende elektronische eenheid 5
"A" hoek verstelmechanisme uitlaatnokkenas
"B" hoek verstelmechanisme inlaatnokkenas
"b" stand van de verstelmechanismen van de nokkenassen
De elektronische eenheid motor kent de vervroegingswaarden voor deze 5 referentievelden
Voorbeeld: als de verstelmechanismen van de nokkenassen in de stand "b" staan, bepaalt de elektronische eenheid de waarde van de ontstekingsvervroeging door middel van lineaire interpolatie
Elektronische eenheid motor
De vermogens- en bedieningsfases van de bobines zijn geïntegreerd in de elektronische eenheid motor (geen externe ontstekingsmoduul aanwezig)
De elektronische eenheid motor stuurt in volgorde van ontsteking (1-3-2) de primaire circuits van de bobines aan
De synchronisatie van de ontsteking wordt gerealiseerd door de nokkenaspositiesensor
Verwarming van de katalysator
Om de katalysator sneller op bedrijfstemperatuur te brengen past de elektronische eenheid motor een regeling toe om de katalysator te verwarmen
Er zijn 2 regelingen voor het verwarmen van de katalysator, afhankelijk van de kilometerstand van de auto
Bij een auto met een kilometerstand lager dan 5000 km
- Verhoog het toerental tot 850 t/min
- Verminderen van de ontstekingsvervroeging met 2° (krukas)
Bij een auto met een kilometerstand hoger dan 5000 km
- Verhoog het toerental tot 1100 t/min
- Verminderen van de ontstekingsvervroeging met 2° (krukas)
De werkingsvoorwaarden zijn voor de 2 regelingen gelijk en zijn afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur
"C" koelvloeistoftemperatuur tijdens het starten (in °C)
"D" koelvloeistoftemperatuur na het starten (in °C)
"E" werkingsgebied van de regeling voor het verwarmen van de katalysator