Schematische voorstelling
BB00: accu
CA00: contactschakelaar
V1150: controlelampje voorgloeien
1150: voorgloeirelais
1160: gloeibougies
Relais voor-/nagloeien (1150)
Verzekerde functies
Het relais voor-/nagloeien voedt de gloeibougies, die ervoor zorgen dat de motor kan aanslaan
Beschrijving
Dit enkelvoudig beveiligde relais zorgt voor de voeding van de gloeibougies en wordt aangestuurd door de elektronische eenheid inspuiting
De voor-/nagloeitijd wordt bepaald door de elektronische eenheid inspuiting
Bij een defect aan het relais voor-/nagloeien slaat de elektronische eenheid inspuiting een storing in zijn geheugen op
Bijzonderheden
Bestemming van de aansluitingen van de stekker 5V.VE
- Aansluiting 1: massa
- Aansluiting 2: vrij
- Aansluiting 3: voeding na contact
- Aansluiting 4: bediening
- Aansluiting 5: diagnose-aansluiting van de elektronische eenheid voor-/nagloeien
Plaats
De doorverbindingsstekker van de draadbundel voorgloeien bevindt zich op een steun die op het thermostaathuis is bevestigd
Gloeibougies (1160)
Verzekerde functies
De gloeibougies zorgen voor een snelle stijging van de temperatuur in de verbandingskamers tijdens het starten
Beschrijving
De bougies worden gevoed via de elektronische eenheid voorgloeien
Bij de bevestiging zorgt het huis van de gloeibougie voor de verbinding met massa
Constructie van de gloeibougies
- 1 verwarmingsweerstand
- 1 metalen beschermingsmantel
Plaats
De gloeibougies zijn in de cilinderkop van de motor aangebracht en monden in de verbrandingskamers uit
Controlelampje voorgloeien (V1150)
Verzekerde functies
De verklikkerlamp informeert de bestuurder over het voorgloeien; de voorgloeitijd is afhankelijk van de motortemperatuur
Beschrijving
Zodra het contact is aangezet, voedt de elektronische eenheid inspuiting de verklikkerlamp voorgloeien, die via zijn andere uiteinde met massa is verbonden
Plaats
De verklikkerlamp voorgloeien bevindt zich in het instrumentenpaneel
Principe van het voor-/nagloeien
De voor- en nagloeitijd wordt bepaald door de elektronische eenheid inspuiting
Voorgloeien
De voorgloeitijd wordt bepaald aan de hand van een referentieveld, dat afhankelijk is van de accuspanning en de koelvloeistoftemperatuur
Werking van de gloeibougies tijdens het starten
De gloeibougies en de verklikkerlamp treden in werking zodra het contact wordt aangezet
De gloeibougies blijven gedurende maximaal 10 tot 15 seconden na het doven van het verklikkerlampje gevoed, als de startmotor niet wordt bediend
De verklikkerlamp gaat niet branden als de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan 80 °C
OpmerkingAls de startmotor na het doven van de verklikkerlamp niet wordt bediend, blijft de voeding van de gloeibougies gedurende maximaal 15 seconden gehandhaafd
Nagloeien
Nagloeien betekent dat de gloeibougies na het starten van de motor blijven werken (gedurende 3 min.)
Het nagloeien dient om de uitstoot van schadelijke stoffen tijdens de eerste minuten na het starten te verminderen
De voorgloeitijd is uitsluitend afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur
De tijdschakeling voor het nagloeien treedt in werking zodra de startmotor niet meer wordt bediend
Omstandigheden waarbij het nagloeien kan worden onderbroken
- Koelvloeistoftemperatuur hoger dan 60 °C
- Contact gashefboom
Na het nagloeien is er altijd een tussentijdse gloeifase als niet aan onderstaande parameters wordt voldaan
- Koelvloeistoftemperatuur (0 °C)
- Inspuithoeveelheid (35 mm3)
- Motortoerental (1000 t/min)