Inhoud Bedradingsschema's Sectie: Complete motor Alle secties

Werking: voor-/nagloeien Peugeot 206 I

Complete motor ~ 462 woorden

Schematische voorstelling

BB00: accu

CA00: contactschakelaar

V1150: controlelampje voorgloeien

1150: voorgloeirelais

1160: gloeibougies

Relais voor-/nagloeien (1150)

Verzekerde functies

Het relais voor-/nagloeien voedt de gloeibougies, die ervoor zorgen dat de motor kan aanslaan

Beschrijving

Dit enkelvoudig beveiligde relais zorgt voor de voeding van de gloeibougies en wordt aangestuurd door de elektronische eenheid inspuiting

De voor-/nagloeitijd wordt bepaald door de elektronische eenheid inspuiting

Bij een defect aan het relais voor-/nagloeien slaat de elektronische eenheid inspuiting een storing in zijn geheugen op

Bijzonderheden

Bestemming van de aansluitingen van de stekker 5V.VE

  • Aansluiting 1: massa
  • Aansluiting 2: vrij
  • Aansluiting 3: voeding na contact
  • Aansluiting 4: bediening
  • Aansluiting 5: diagnose-aansluiting van de elektronische eenheid voor-/nagloeien

Plaats

De doorverbindingsstekker van de draadbundel voorgloeien bevindt zich op een steun die op het thermostaathuis is bevestigd

Gloeibougies (1160)

Verzekerde functies

De gloeibougies zorgen voor een snelle stijging van de temperatuur in de verbandingskamers tijdens het starten

Beschrijving

De bougies worden gevoed via de elektronische eenheid voorgloeien

Bij de bevestiging zorgt het huis van de gloeibougie voor de verbinding met massa

Constructie van de gloeibougies

  • 1 verwarmingsweerstand
  • 1 metalen beschermingsmantel

Plaats

De gloeibougies zijn in de cilinderkop van de motor aangebracht en monden in de verbrandingskamers uit

Controlelampje voorgloeien (V1150)

Verzekerde functies

De verklikkerlamp informeert de bestuurder over het voorgloeien; de voorgloeitijd is afhankelijk van de motortemperatuur

Beschrijving

Zodra het contact is aangezet, voedt de elektronische eenheid inspuiting de verklikkerlamp voorgloeien, die via zijn andere uiteinde met massa is verbonden

Plaats

De verklikkerlamp voorgloeien bevindt zich in het instrumentenpaneel

Principe van het voor-/nagloeien

De voor- en nagloeitijd wordt bepaald door de elektronische eenheid inspuiting

Voorgloeien

De voorgloeitijd wordt bepaald aan de hand van een referentieveld, dat afhankelijk is van de accuspanning en de koelvloeistoftemperatuur

Werking van de gloeibougies tijdens het starten

De gloeibougies en de verklikkerlamp treden in werking zodra het contact wordt aangezet

De gloeibougies blijven gedurende maximaal 10 tot 15 seconden na het doven van het verklikkerlampje gevoed, als de startmotor niet wordt bediend

De verklikkerlamp gaat niet branden als de koelvloeistoftemperatuur hoger is dan 80 °C

OpmerkingAls de startmotor na het doven van de verklikkerlamp niet wordt bediend, blijft de voeding van de gloeibougies gedurende maximaal 15 seconden gehandhaafd

Nagloeien

Nagloeien betekent dat de gloeibougies na het starten van de motor blijven werken (gedurende 3 min.)

Het nagloeien dient om de uitstoot van schadelijke stoffen tijdens de eerste minuten na het starten te verminderen

De voorgloeitijd is uitsluitend afhankelijk van de koelvloeistoftemperatuur

De tijdschakeling voor het nagloeien treedt in werking zodra de startmotor niet meer wordt bediend

Omstandigheden waarbij het nagloeien kan worden onderbroken

  • Koelvloeistoftemperatuur hoger dan 60 °C
  • Contact gashefboom

Na het nagloeien is er altijd een tussentijdse gloeifase als niet aan onderstaande parameters wordt voldaan

  • Koelvloeistoftemperatuur (0 °C)
  • Inspuithoeveelheid (35 mm3)
  • Motortoerental (1000 t/min)